

Regenboog
Allochtone ouderen & de WMO
Zoals u al in het voorwoord heeft kunnen lezen, is dit het thema dat werd besproken tijdens de studiemiddag van BOOG op 12 december 2007. Een studiemiddag, waarbij de allochtone ouderen grotendeel aan het woord waren. En zo hoort het ook.
De deelnemers aan de studiemiddag hebben inmiddels het verslag al ontvangen, maar voortbordurend op hetgeen besproken is, is er nog veel informatie te delen.
Als eerste komt de inleiding over aspecten van de WMO van het BOOG bestuurslid, Victor Amukwaman aan de beurt. Het gaat met name over thuiszorg, familiezorg, mantelzorg en informatievoorziening. En natuurlijk over de betekenis en de rol van zelforganisaties daarbij.
Daarna richten we onze blik op woonzorg bij verschillende generaties.
Wij willen u ook relevante opmerkingen van deelnemers niet onthouden. Vooral niet de wijze bespiegelingen van ons bestuurslid Dolf Kuipers.
Tenslotte proberen we een overzicht te geven van wat er op het gebied van woonzorg voor allochtone ouderen bestaat en de plannen die er zijn voor uitbreiding. Er is veel in beweging in Brabant en daarvan willen we u graag op de hoogte houden.
Zorg en informatievoorziening in het kader van de WMO
Victor Amukwaman is, naast bestuurslid van BOOG, opbouwwerker in de gemeente Vught. Uit dien hoofde weet hij waar hij over praat.
De WMO is bedoeld om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten functioneren en bestaat uit negen prestatievelden. Het is te veel om die allemaal op te noemen, maar het gaat hier om de velden 1 en 4.
Mensen die ondersteuning nodig hebben moeten die van de gemeente krijgen, met name woningaanpassing, huishoudelijke hulp, rolstoelgebruik, etc. Dit viel vroeger onder de AWBZ maar sinds 1 januari 2007 moet de gemeente het regelen en bekijken of mensen voor de hulp in aanmerking komen.
Huishoudelijke hulp
Als huishoudelijke hulp toegekend wordt kunnen de mensen kiezen uit:
-
-
Het is de bedoeling dat de formulieren niet moeilijk in te vullen zijn. In veel gemeenten is een WMO/Zorgloket waar informatie ingewonnen kan worden en waar mensen geholpen worden met hun aanvraag.
“In onze culturen”, zegt Victor, “bestaat vaak nog de overtuiging dat hulp van de familie, van de kinderen, moet komen en bestaat er een soort schaamte om elders hulp te vragen”.
De wet gaat er vanuit dat familieleden meehelpen, (gebruikelijke hulp) maar ze hoeven niet alles op zich te nemen, met name de huishoudelijke hulp. Er wordt wel gekeken wat bijvoorbeeld de partner kan.
Migrantenouderen hebben veel te bieden.
Laat je niet ondersneeuwen.
Geef migrantenouderen erkenning en acceptatie.
Laat ze vertrouwen krijgen in hun eigen mogelijkheden.
Mantelzorg
Mantelzorg is een apart verhaal. De zorg is lang en intensief en de hulpverlener heeft er niet vrijwillig voor gekozen. Het overkomt je. De mantelzorgers zijn soms 24 uur per dag bezig. De familie is niet verplicht mantelzorg te bieden. Men kan een beroep doen op de WMO voor huishoudelijke zorg (thuiszorg) of de AWBZ voor verzorging en verpleging
De mantelzorger kan ook ondersteuning krijgen om tijd voor zichzelf te hebben zodat het zorgen langer volgehouden kan worden. Er komt dan iemand anders die de zorg tijdelijk overneemt, voor een dagdeel of voor een weekend. Het gaat om vrijwilligers of professionele hulp. Vaak is er in een gemeente een steunpunt voor mantelzorg. De eigen gemeente kan daar informatie over geven.
Als een situatie langer duurt, komt de AWBZ aan de orde.
Organiseren van activiteiten voor ontspanning, ontmoeting en ontplooiing.
De WMO stimuleert acties voor onderlinge samenhang in buurten en wijken, maar meestal ontbreken allochtonen op dit soort bijeenkomsten en feesten. Toch moeten de activiteiten bereikbaar zijn voor iedereen.
Als dat niet het geval is kan de allochtone ouderen in een sociaal isolement terecht komen. De WMO wil bevorderen dat mensen contacten en nieuwe ervaringen opdoen. Daarom is het belangrijk dat alle culturen en generaties met elkaar in contact komen. Buurtwerk en welzijnswerk moeten zich hiervoor inspannen. De buurten worden bezocht en gekeken wordt hoe de leefbaarheid bevorderd kan worden. Integratie en participatie zijn toverwoorden: iedereen moet meedoen als er iets georganiseerd wordt.
Uit de Vughtse praktijk vertelt Victor dat er een werkgroep ouderen is opgericht die in vier locaties in Vught bekijken hoe ouderen betrokken kunnen worden op het gebied van welzijn, zorg, etc. Maar ook hier blijkt dat bij de bijeenkomsten nauwelijks allochtone ouderen aanwezig zijn.
Onlangs is, in samenwerking met het verzorgingshuis Nieuw Beekvliet, een avond georganiseerd voor Molukse ouderen. Op de 200 verstuurde uitnodigingen reageerden 18 personen. De vraag is hoe de doelgroep te bereiken. Hoe komt het dat de mensen wegblijven? De problemen worden meestal in eigen kring opgelost, hoe moeilijk ook. Molukkers vragen pas om hulp als het echt niet meer gaat. Victor denkt dat dit ook bij andere allochtone groepen zo is.
Ook in het vrijwilligerswerk komt je nauwelijks allochtonen tegen.
In de WMO staat dat je mag meepraten over de plannen van de gemeente. Er moet een beleidsplan worden opgesteld en je moet je mening daarover kunnen geven op inspraakavonden.
Ook hebben de gemeentes verschillende adviesorganen en groepen die ze betrekken bij het beleid. “Allochtone ouderen hebben recht op informatievoorziening. Zorg dat ze die krijgen”, besluit Victor zijn betoog.
Voor ouderen is mondelinge informatie het beste. Dat blijft het langst hangen.
Discussie van het panel met deelnemers:
Woonzorg in verschillende vormen
Verschillende generaties hebben een verschillende visie op woonzorg. Er is een diversiteit aan behoeften en wensen en dat leidt soms tot experimenten met alternatieve woonvormen.
Belangrijk daarbij is het uitgaan van de eigen cultuur en het verleden van de bewoners.
Daarbij blijft integratie van groot belang, zoals één van de aanwezigen het uitdrukte: “Zet ons niet ergens achteraf bij elkaar, maar laten we de contacten met de Nederlandse samenleving kunnen behouden. Want die zijn voor ons ook heel waardevol.”
Als oplossing wordt aansluiting bij reguliere woon/zorgcentra gezien, maar dan in een aangepast cluster met een eigen ontmoetingsruimte.
Kwetsbare mensen
Een panellid, de heer Keskin sprak over de woon/zorg voorzieningen, met name de ervaringen van de oudere generatie. De mensen zijn kwetsbaar en ongelukkig als je ze in een Nederlandse woon/zorg voorziening plaatst, waar weinig kennis is van de cultuur en de taal een groot obstakel vormt. Er is ook angst voor discriminatie.
Het gaat niet zo goed om samen te wonen met mensen van andere culturen. Je stoort elkaar snel.
Maar het is moeilijk om ouderen te organiseren en te mobiliseren. Ze zijn op ieder gebied afhankelijk en het is niet te verwachten dat ze de problemen zelf kunnen oplossen. Dan zie je vaak struisvogelpolitiek: men steekt de kop in het zand en benoemt de problemen niet.
Een realiteit is dat, hoewel de woon/zorgbehoefte van ouderen een belangrijk agendapunt vormt en een aantal jaren geleden al een inventarisatie heeft plaatsgevonden, er in Eindhoven nog niets concreets van de grond is gekomen. De heer Keskin vertelt van jarenlang overleg met de gemeente, die geen specifiek beleid heeft voor allochtone ouderen, van plannen en beloftes waar nog niet veel van is uitgekomen. De plannen voor een ouderenplatform bestaan al zo’n zeven jaar en het punt woon/zorgvoorzieningen staat al vier jaar op de agenda. Het is nu tijd voor concretisering van de plannen.
De heer Keskin heeft na zijn terugkeer uit het buitenland weer contact opgenomen met diverse instanties. “Denk niet aan je leeftijd, dan blijf je jong. Maar zorg goed voor jezelf en vergeet de samenwerking niet.” Is het advies van de heer Keskin aan het eind van zijn betoog.
Seniorenwoningen
Een Turkse mevrouw vertelt dat ouderen vanwege cultuurverschillen vaak alleen komen te staan. Het is moeilijk om je woonwensen te laten vervullen. De ouderen willen de kinderen vaak niet belasten maar ze zien geen andere mogelijkheid. Zijzelf zou met een eigen groep in seniorenwoningen willen wonen waar ze hun eigen cultuur kunnen beleven en hun taal spreken.
Migrantenouderen hebben veel te bieden.
Laat je niet ondersneeuwen.
Geef migrantenouderen erkenning en acceptatie.
Laat ze vertrouwen krijgen in hun eigen mogelijkheden.
In Tilburg is de stichting Ikinci Bahar daar al jaren mee bezig en als alles goed gaat komt er half 2008 een wooncomplex voor een groep Turkse ouderen. De helft van de verbouwde wooneenheden is voor Turken en de andere helft is voor ouderen uit de rest van de samenleving. Er zijn ook voorzieningen en een ontmoetingsruimte waar Turkse ouderen activiteiten kunnen organiseren voor de eigen groep en ook voor anderen.
Cees van Baardewijk zegt dat BOOG overtuigd is van het belang van integratie, maar voor oudere mensen moet het mogelijk zijn om te leven zoals het vroeger thuis was. Gun ze dat laatste stuk van hun leven. BOOG gaat daarvoor.
Opmerkingen van de dagvoorzitter
Dolf Kuipers, bestuurslid van BOOG trad op als dagvoorzitter en vertelde zijn ervaringen als “allochtoon” (afkomstig uit Indonesië). Hoewel hij het voordeel had de taal te spreken, was het toch heel moeilijk om te wennen in een keiharde wereld. Hij ging in de mijnen in Limburg werken en ontdekte drie dingen:
· In Nederland ligt de invloed voor het oprapen. Er zijn veel mogelijkheden.
· Het valt niet mee om het op te rapen met ‘culturele rugklachten’. De eigen cultuur, normen en waarden staan makkelijke contacten in de weg.
· Als het je lukt om invloed te krijgen, dan moet je daar zinnige dingen mee doen. Voor jezelf, je familie en je omgeving.
Ook aan het eind van de bijeenkomst had Dolf een mooie gedachte om aan de aanwezigen mee te geven. Een verhaal over een koning met vier zonen.
Deze koning was heel wijs en gaf zijn zonen de opdracht mee om de volken uit de naburige staten, die in hun land waren gekomen, vooral de vrijheid te gunnen om hun eigen cultuur en taal te kunnen gebruiken.
“Verwelkom de vreemden in dit land, maar laat hen hun talen en gewoonten behouden. Want zwak en kwetsbaar is het rijk op basis van één enkele taal en dezelfde gewoontes.”
Een betere afsluiting was niet te bedenken.
Conclusies van deze dag
Cees van Baardewijk concludeerde dat er kennelijk niet een model is dat voor iedereen goed is. “Laat de mensen zelf gaan kijken op basis van informatie van wat mogelijk is”.
Er is gesproken over hoe we de doelgroepen kunnen bereiken en waarvoor we ons moeten organiseren. De problemen zijn voor veel mensen van de eerste generatie taboe om over te spreken en men is vaak te trots om te vertellen dat er een probleem is.
De eerste generaties bestond uit krachtpatsers. Kijk maar naar de heer Keskin, een aparte man van een soort dat in deze tijd moeilijk te vinden is. Deze mensen hebben van binnen nog steeds die power.
Praten over je problemen is taboe, maar het is juist heel belangrijk dat het wel gebeurd. Stel jezelf vragen hoe het moet met je oude dag en praat erover.
We willen graag met anderen samenwerken om iets voor elkaar te krijgen. We moeten natuurlijk niet op een eiland zitten. Maar het zal niet makkelijk zijn. Ook andere organisaties moeten zich realiseren dat ze zich een beetje moeten aanpassen.
Het is een gegeven dat de ene groep zich makkelijker organiseert dan de andere. Je kunt kijken of je iets van elkaar kunt leren.
De organisatievorming bij de ene groep is moeilijker dan bij de andere, maar overal zijn gesprekken gaande om de zaak verder van de grond te krijgen. De ene groep is niet beter dan de andere. Er zullen altijd verschillen zijn. Maar je kunt van elkaar leren en elkaar steunen. Mensen kunnen veel zelf.
Ook op het gebied van de woonsituatie en woonvormen zijn heel wat ontwikkelingen besproken. Groepen die hier eerder waren hebben een voorsprong. Het is dringen.
Nogmaals benadrukt Cees van Baardewijk dat alle mensen verschillend zijn en dat er verschillen tussen de culturen bestaan. Het is zo dat je niet iedereen bij elkaar kunt zetten. Maar laten de mensen zich niet in een isolement laten stoppen. Hou contact met elkaar!
Persoonlijke opmerkingen van deelnemers
Tijdens de discussies kwamen vragen en opmerkingen van deelnemers aan de orde, die vaak een persoonlijk tintje droegen en daardoor heel waardevol waren.
We willen u een bloemlezing van de opmerkingen niet onthouden. Ook kwamen enkele relevante vragen aan de orde waar direct een antwoord op kon worden gegeven. Ook hiervan zijn een aantal overgenomen in het volgende stukje.
WMO en toegankelijke informatieverstrekking
In het kader van de WMO werd gevraagd of de gemeente verplicht is de informatie te vertalen in de taal die de doelgroep kan begrijpen.
Het antwoord was dat de gemeente verplicht is informatie te verstrekken in de verschillende talen van de doelgroep. Men moet in ieder geval voor een tolk zorgen bijvoorbeeld bij het invullen van formulieren.
Een hartenkreet van een deelneemster over de beleidsmakers in haar gemeente: “Ze vegen ook alles bij elkaar,” zegt ze. “Ze begrijpen niet dat Turkse ouderen heel anders reageren dan Marokkaanse ouderen.”
Bereikbaarheid doelgroep
Ook de opkomst van mensen uit de doelgroep blijkt vaak een probleem. Soms is de oplossing om de mensen persoonlijk te bezoeken.
Bij een persoonlijk bezoek voelt men zich gerespecteerd en zal daarom naar de bijeenkomsten komen.
Mensen voelen zich ook sneller thuis bij iemand die de “eigen taal” spreekt.
Via de tweede generatie is het soms mogelijk om mensen van de eerste generatie over de streep te krijgen.
Verwacht niet te veel in het begin, is een advies. Het zal met kleine stapjes moeten gebeuren. De mensen zijn het niet gewend.
Communicatie
Communicatie blijkt uitermate belangrijk: Een Marokkaanse man klaagt dat het moeilijk is om via de huisarts een verwijzing voor een specialist te krijgen. Hij ontkent dat dit komt door taalproblemen. Wel is het invullen van formulieren heel moeilijk.
Een Turkse mevrouw zegt dat er in Turkije problemen ontstaan doordat men daar de ziekenfondskaart niet kent.
Het is goed als de instellingen je kennen.
Zorgverwachting
Iemand van een zorginstelling concludeert dat alleen informatieverstrekking niet zaligmakend is. Er is zoveel informatie, dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Ook autochtone ouderen hebben er veel problemen mee, laat staan mensen die de taal niet (goed) machtig zijn.
De zorgverwachting moet bespreekbaar gemaakt worden, zodat de kinderen kunnen aangeven dat ze in deze maatschappij niet aan de verwachtingen van de ouders kunnen voldoen.
Thuishuis
Een lid van de Marokkaanse Ouderenorganisatie El Bayaan zegt dat de eerste generatie “aan het rijpen” is. El Bayaan is een nieuwe stichting en kijkt hoe de verschillende problemen aangepakt kunnen worden. Men spreekt met instanties, zoals het Thuishuis, een huis waar vier tot vijf mensen in wonen en waar door vrijwilligers hulp wordt geboden, zodat men zo lang mogelijk zelfstandig kan functioneren.
Hij geeft als voorbeeld zijn zuster van 70 jaar met vijf kinderen. De kinderen hebben altijd gezegd dat ze voor haar zouden zorgen, maar in de praktijk blijkt dat niet mogelijk te zijn. Zijn zuster zit vaak hele dagen alleen. Zo’n Thuishuis met een eigen kamer voor alle bewoners en een gemeenschappelijke ruimte blijkt, met de hulp van vrijwilligers, een goede oplossing te zijn.
Een Thuishuis is erg afhankelijk van vrijwilligers en de mensen krijgen een relatie met elkaar. De kinderen kunnen ook meedraaien als vrijwilligers. Hoe groter de groep vrijwilligers is, hoe minder het werk dat gedaan moet worden.
Een Turkse mevrouw vult aan dat het, naarmate je ouder wordt, steeds belangrijker is om je moedertaal te kunnen spreken. De vrijwilligers hoeven geen familie te zijn, maar ze moeten wel de taal spreken en uitleg kunnen geven over diverse dingen.
BOOG vindt de cultuur een heel belangrijk element. De trend in Nederland is dat er zorgintegratie moet zijn. Iedereen bij elkaar. Je moet je afvragen of dat wel zo wijs is. Kijk naar Nederlandse emigranten die nu bijvoorbeeld in Australië oud zijn geworden. Ook die vallen terug op hun moedertaal en de Nederlandse cultuur.
Huize Raffy draait al jaren voor Indische Nederlanders en Molukkers. Als je binnenkomt dan ervaar je de sfeer al. Mensen hebben er recht op om op hun manier hun oude dag te beleven.
BOOG is overtuigd van het belang van integratie, maar voor oudere mensen moet het mogelijk zijn om te leven zoals het vroeger thuis was. Gun ze dat laatste stuk van hun leven.
(De Regenboog, februari 2008)