

Regenboog
BOOG – dag november 2008
Het kantoor van Palet in Eindhoven verleende weer gastvrijheid voor de themamiddag van BOOG. De tweede themamiddag, maar niet de twee ontmoeting, die door BOOG werd georganiseerd. Al in 2005 organiseerde BOOG de eerste bijeenkomst voor mensen die betrokken zijn bij migranten ouderen en voor sleutelfiguren uit de groepen.
De positieverbetering van allochtone ouderen is een complexe zaak en een zaak van lange adem, stelde de dagvoorzitter, Dimitri Asimakopoulos. BOOG wil daaraan een bijdrage leveren, alleen of met anderen en vooral met allochtone ouderenorganisaties.
Het BOOG bestuur wil met zijn nieuwe functionaris, Maria Bouanani, kijken wat de mogelijkheden en beperkingen zijn en waar we elkaar kunnen versterken. We willen netwerken van de grond krijgen en betrokkenheid van ouderen bij de ontwikkelingen stimuleren. We ontwikkelen projecten waarbij we samenwerken op lokaal niveau, maar ook breder, met algemene Nederlandse organisaties, met ouderenbonden, over alles wat te maken heeft met de oudere migrant.
Dit alles zou niet mogelijk zijn zonder de steun van de provincie. Ondanks het feit dat de subsidie volgend jaar wordt verlaagd. Maar zonder die steun hadden wij dit niet kunnen doen.
Presentatie
Maria Bouanani licht de onderwerpen van de themadag toe. “We zijn volop bezig met de ontwikkeling van professionalisering.” zegt ze en daarbij wijst ze op de nieuwe huisstijl, waarvan het logo al verwerkt is in haar powerpoint presentatie.
De bedoeling van deze middag is dat BOOG richtlijnen krijgt voor prioriteiten in het werk van 2009. Daarom zijn de thema’s voor de workshops bedacht. Maar als mensen zelf een aandachtspunt hebben dan kunnen ze dat tijdens de workshops naar voren brengen.
Gekozen is voor: Armoedebestrijding, huisvesting en dementie.
Dementie
Dementie en voorlichting over Alzheimer. Dat laatste punt wordt door Maria verder uitgediept.
De PCOB, Protestants Christelijke Ouderenbond, is bezig met een project voor voorlichting over Alzheimer, waar men subsidie voor heeft gekregen, maar migrantengroepen zijn nauwelijks bekend met dementie.
Toch wordt in een prognose voor de komende jaren verwacht dat er een verdubbeling van het aantal gevallen zal optreden.
Het aantal gevallen zal progressief toenemen, vijf maal zo veel als bij autochtone Nederlandse ouderen.
20% van de mantelzorgers raakt door de zorg overbelast. Dat percentage ligt bij migrante mantelzorgers hoger dat komt door:
Ø Onbekendheid met dementie
Ø Gering bereik van de voorzieningen
Ø Communicatie met de gemeente en cultuurverschillen.
Ook dreigt er een tweespalt tussen het zorgen voor de ouders en het maken van carrière. Ouderen willen de belasting niet bij de kinderen leggen, maar de verwachtingspatronen naar elkaar worden lang niet altijd duidelijk uitgesproken.
Maria legt haar gehoor de vraag voor: Wat kunnen u en ik doen aan kennisoverdracht?
Armoedebestrijding
Het speciale accent bij armoedebestrijding bij allochtone ouderen ligt, naast de problemen waarmee alle ouderen te kampen hebben, op:
Ø Allochtone ouderen hebben doorgaans een gekort AOW
Ø Allochtone ouderen weten vaak niet waar ze recht op hebben (aanvullende bijstand, etc.)
Opnieuw is de vraag: Wat kunnen u en ik doen om de armoede onder allochtone ouderen te verminderen?
Huisvesting
Dan het punt van huisvesting. Ook hier kun je zeggen dat migranten ouderen zich maar aan moeten passen. Maar daarmee sla je de plank danig mis. Dat blijkt ook uit voorbeelden die Maria aanhaalt van Nederlandse emigranten.
Allochtone ouderen hebben over het algemeen geen andere wensen dan autochtone ouderen, wordt gedacht. Toch bloeit de cultuurspecifieke zorg in verzorgingshuizen, bijvoorbeeld:
· Huize Raffy in Breda
· Nieuw Beekvliet in St. Michielsgestel
· Ikinci Bahar, een Turkse ouderenorganisatie is bezig met een woonvoorziening in Tilburg.
Maria wijst op onderzoeksgegevens vanuit Australië bij Nederlandse emigranten. Het sterftecijfer daar daalde met 40% bij verzorging op basis van cultuurspecifieke zorg (Dutchcare).
Men heeft daar een prijs gewonnen voor de methodiek, het “Eden alternatief” waarbij rekening wordt gehouden met de achtergrond van de verpleegden op basis van een menswaardig onderkomen voor ouderen.
Maria vraagt: Wat is uw ervaring met cultuurspecifieke zorg (speciale huizen of een andere oplossing)?
Zelforganisaties
Movisie heeft een voorstelling bedacht met drie cirkels, waaruit het sociale netwerk rondom een allochtone (oudere) zorgvrager bestaat. Daaruit blijkt dat er grote afstand bestaat van de beroepskrachten naar de zorgvrager. Ze weten niet hoe ze ermee om moeten gaan. Er zitten wel gaten in de cirkel, maar het blijft belangrijk dat de familie de beroepskracht inschakelt.
Dilemma’s met betrekking tot zelforganisaties
Ø Zorg en welzijnsinstellingen kunnen zelforganisaties niet altijd bereiken
Ø Zelforganisatie zou goed opgeleid kader ontbreken.
De vraag is: Wat kunnen zorg-
de communicatiekloof te overbruggen.
Wat kunnen u en ik daarbij betekenen?
Allochtone ouderen van nu, anno 2008
De zorgbehoefte van een 55 jarige allochtoon is vergelijkbaar met die van een 75 jarige autochtoon, is door onderzoek vastgesteld.
De oorzaken hiervan zijn o.a.: De achterstandspositie, zware arbeid, veel kinderen, heimwee en discriminatie.
Wat kunnen u en ik doen om de kwaliteit van leven van
allochtone ouderen te verbeteren?
Maria besluit haar presentatie met een oproep om in de
workshops over deze onderwerpen van gedachten te
wisselen en ideeën en punten aan te dragen voor het
meerjarenbeleid van BOOG. Uitgaande van
Ø Wat is uw kracht, wat is mijn kracht
Ø Op welke terreinen kunnen wij de krachten bundelen
Ø Welke aandachtspunten verdienen prioriteit.
Workshops
In twee groepen gaan de deelnemers uiteen voor discussie over de gepresenteerde onderwerpen, waarbij het ook mogelijk is om eigen prioriteiten in te brengen. De gesprekken zijn zeer geanimeerd en de deelnemers horen van elkaar zaken uit de praktijk, waar zowel de vrijwilligers als de beroepskrachten veel aan hebben in hun werk voor en met allochtone ouderen.
Nadat de discussies, met moeite, zijn gestopt, komen de deelnemers weer in plenaire zitting bijeen om elkaar en BOOG op de hoogte te brengen van de resultaten.
Dementie en armoede
Ton van Iersel heeft de workshop geleid die over dementie en armoede ging. Er zijn veel overeenkomsten.
Voorlichting in de eigen taal is heel belangrijk. Als het onderwerp eenmaal in een groep is besproken en er begrip voor is, dan wordt het taboe doorbroken. Maar het materiaal ontbreekt vaak. Mondelinge voorlichting is ook erg belangrijk.
De voorlichting moet eigenlijk al op de basisschool beginnen, zodat de kinderen weten wat er aan de hand is met opa of oma.
In de Molukse gemeenschap is er verschil of een man of een vrouw dement is. Een demente man wordt erger gevonden omdat hij het hoofd van het gezin is.
Bij de voorlichting is de rol van de huisarts heel belangrijk. Hij moet samenwerking met deskundigen uit de doelgroep zoeken.
Verwacht niet te snel succes. Je moet niet snel ‘productie’ willen maken, want dat werkt niet. Je moet langzaam vertrouwen wekken van de mensen voor je met ze kunt praten over zulke onderwerpen.
Het is belangrijk dat voorzitters van moskeebesturen en imams ingeschakeld worden. En .. als er één schaap over de dam is, volgen er meer.
De zelforganisaties’s of de moskeebesturen kunnen zelf met ideeën komen. Als je kijkt naar voorlichting bij Huize Raffy in Breda dan zie je dat er een groot vertrouwen is ontstaan. En dan zijn er zoveel vragen dat ze het niet aan kunnen.
Armoede
Mensen moeten weten waar ze (financiële) hulp kunnen halen. Armoede leidt tot uitsluiting (geen geld hebben om een cadeautje mee te nemen).
Bij voorlichting moet ook rekening gehouden worden met de trots van mensen. De voorlichting moet laagdrempelig zijn.
Het is moeilijk een algemene lijn aan te geven. De gemeenten en organisaties zijn verschillend.
Ga er ook niet te snel vanuit moet gaan dat de ander je wel begrijpt als je voorlichting geeft. In sommige culturen is het onbeleefd om te zeggen dat je iets niet begrijpt.
Zelforganisaties
Cees van Baardewijk rapporteert uit de andere workshop: We hebben vanuit de ZO’s gekeken wat voor ervaring er is, wat de aandachtpunten zijn in relatie met de ZO’s. We hadden het geluk dat we een delegatie in de groep hadden vanuit Ikinci Bahar (Turkse ouderen in Tilburg) en vanuit Geldrop (Turkse ouderen).
Geduld en een lange adem
In Tilburg staat huisvesting boven aan de agenda. De deelnemers vertelden dat het heel moeilijk was de achterban bij de plannen te betrekken. In het Turks is maar één woord voor bejaardentehuis en dat heeft een negatieve klank. Er bestaan grote vooroordelen.
Ikinci Bahar heeft, in samenwerking met Palet, een onderzoek gedaan naar de behoeftes van Turkse ouderen. Sherida Karamat Ali heeft daarover een rapport geschreven en dat heeft geleid tot discussies tot in de gemeenteraad. (Een tribune vol met Turkse vrouwen).
Iemand uit het bestuur van Ikinci Bahar zegt dat Moslim vrouwen een negatief beeld hebben, maar ze luisteren wel naar adviezen.
Cees vindt het een belangrijke ervaring dat het heel lang geduurd heeft. Ze zijn in 2002 begonnen en als alles goed gaat, kunnen ze in juni/juli 2009 de woningen betrekken. Je hebt dus geduld en een lange adem nodig.
Wat is nodig om de achterban te betrekken?
Veel informatie geven en oppassen met geruchten. Er waren mensen die bang waren hun salaris kwijt te raken en alleen van zakgeld te moeten leven. De ontwikkelingen gaan op en neer.
Cees heeft respect voor de lange adem die getoond is.
Een ander punt is mensen voorbeelden te laten zien. Excursies naar wooncomplexen waar het gelukt is en waar ze de praktijk kunnen zien.
Brabant loopt achter op het gebied van huisvesting. De organisaties die het oppakken moeten deskundiger worden. Het is belangrijk dat de mensen, die zoiets willen, zich organiseren. Ikinci Bahar is begonnen als een ontmoetingsplek.
Gezondheidszorg is ook heel belangrijk voor allochtone ouderen. Ze hebben hun eigen problemen. Daar moet aandacht voor zijn.
Er moet meer samenwerking komen tussen allochtone organisaties en algemene instellingen, zoals woningbouwcorporaties. De Nederlandse instellingen moeten leren met onzekerheden om te gaan. (Vandaag willen de mensen verhuizen, maar morgen denken ze er weer anders over).
Op een vraag of het een optie zou zijn voor BOOG om zulke excursies te organiseren wordt bevestigend geantwoord.
Er wordt gewezen op een wooncomplex in Den Haag “Dar Es Salem”. Bij een excursie daarheen hadden sommige mensen begrepen dat ze naar Den Haag moesten verhuizen.
Er zijn ook plannen voor een project in Eindhoven.
Discussie per thema
Dimitri, de dagvoorzitter, heeft de punten op een rij gezet:
· Problematiek van de bereikbaarheid van de achterban: Je moet instrumenten inzetten die effect sorteren; mensen mee verantwoordelijk maken.
· We hebben te maken met complexe zaken. Je moet tegen teleurstellingen kunnen. Werk niet aan je eigen teleurstelling door je doelen te hoog te stellen.
· Het is een zaak van lange adem
· Voorlichting is belangrijk; er zijn vaak materialen beschikbaar
· Goede methodes gebruiken, zoek deskundigheid en samenwerking zowel met de eigen groep als de omgeving (organisaties, instanties en politiek). Nodig jezelf uit of nodig organisaties uit in je eigen huis.
· Zoek de grote wereld op: er is heel wat te beleven in Nederland. Er zijn veel goede voorbeelden te zien.
· Voorlichting: Sommige vrijwilligers zetten zich al jarenlang in en hebben een grote deskundigheid opgebouwd. Het is eigenlijk logisch als ze daar voor betaald krijgen. Maar als ze belangstelling tonen voor een betaalde baan dan wordt gezegd dat ze geen diploma’s hebben.
Je hebt mensen met power nodig. Misschien moeten ze worden ingezet als betaalde ervaringsdeskundigen.
Het spaart veel geld uit als je de voorlichting snel kunt overbrengen. Dat geldt voor allerlei terreinen waar je informatie snel wilt overbrengen.
· Voorlichting moet apart voor mannen en vrouwen gebeuren.
Prioriteiten
Wat zijn de prioriteiten die uit de twee workshops naar voren zijn gekomen?
· Dementie. Er komen activiteiten op gang vanuit de Alzheimer stichting voor Marokkanen en Turken met voorlichtingsmateriaal en methodiek. Ze gaan in Brabant hun methodiek uitproberen. Het is belangrijk dat we daarop inhaken. Er zijn nu nog weinig dementerende allochtone ouderen maar in de loop van de jaren worden het er steeds meer. We moeten dat voor zijn; het taboe doorbreken voordat het te laat is.
Bij de Molukkers is men 15 jaar geleden al begonnen met voorlichting, maar er rust nog steeds een taboe op. Kijk naar de meerwaarde die je eruit kunt halen.
Om zo’n taboe te doorbreken is laten zien beter dan vertellen. Het zou ook met een toneelstuk of een film in de eigen taal kunnen.
Er blijkt door Thebe in Tilburg een film gemaakt te zijn die in de moskee wordt gedraaid.
Het zal moeizaam gaan in het begin maar je moet gereedschap hebben om goede voorlichting te organiseren. Samenwerking is belangrijk.
· De relatie zelforganisatie en werken aan huisvesting en zorg is erg belangrijk
· Huisvesting heeft een hoge prioriteit.
Het is heel verschillend of je het over woonappartementen hebt of over het leveren van zorg. Ook in de zorg kan weer verschil gemaakt worden tussen lichte (huishoudelijke) hulp of zware zorg.
Mensen willen graag hun levensstijl vasthouden. Iemand die hulp verleend moet hun taal kunnen verstaan en er moet rekening gehouden worden met familie en vrienden
· Het interculturalisatieproces moet binnen de algemene instellingen op gang worden gebracht.
Bij Nieuw Beekvliet komt de helft van de bewoners uit andere zorginstellingen omdat ze zich daar niet thuis voelden. Je kunt de integratie mensen niet ‘door de strot duwen’. Maar er komen steeds meer allochtone ouderen die verzorging nodig zullen hebben.
· We moeten ze eerst leren begrijpen. Als er verzorgingshuizen worden neergezet waar mensen zich toch niet thuisvoelen, is dat geldverspilling.
Afsluiting
Aan het eind van de middag wordt geconstateerd dat er een aantal concrete items besproken is die aandacht verdienen: Samenwerking, voorlichting, met name over dementie, armoedebestrijding en huisvesting
Dat zijn de onderwerpen voor BOOG werkgroepen. We kunnen een mooi werkplan schrijven maar we halen onze doelen niet als we niet concreet kijken wat onze spanningboog is, waar we gericht onze energie in moeten steken. De aanwezigen worden opgeroepen om zich op te geven voor één van de werkgroepen. Meerdere informatie wordt verspreid via de RegenBOOG.
Ook wordt opnieuw gevraagd om alle relevante informatie aan de redactie van de RegenBOOG te sturen, zodat die via het blad kunnen worden doorgegeven.
Hierna sluit de dagvoorzitter een geslaagde middag, waarbij het niet zozeer ging om de kwantiteit, maar meer om de kwaliteit.
(De Regenboog, december 2008)