wpe5874b05.png
Brabantse  Organisatie (Allochtone) Ouderen  Groepen
wp00000000.png
© Stichting BOOG  |  2008 - 2009  |   Alle rechten voorbehouden

 

Regenboog

 

 

“Generaties in dialoog”, een dijk van een project

 

Al vaker hebben wij u bericht over het project “Generaties in dialoog”, waarbij drie generaties eerst per generatie en daarna met elkaar in gesprek komen over een van te voren gekozen thema. In de afgelopen twee jaar zijn diverse groepen bezig geweest met de dialoog. Surinamers, Antillianen, Marokkanen en Turken en steeds was men na afloop verrast en tevreden met het resultaat. Zoals één van de deelneemsters opmerkte: “In deze gesprekken gaat het dieper dan de dagelijkse gesprekken. Je leert elkaar beter kennen. Ik heb dingen geleerd die ik van te voren niet wist omdat ik daar nooit echt naar gevraagd had. Maar nu blijkt de volgende generatie het totaal anders te beleven dan ik had gedacht. Ik heb het idee dat onze generaties hierdoor dichter bij elkaar zijn gekomen”.

Nu het project is beëindigd is het zaak om er een vervolg aan te geven en zo de dialoog tussen de generaties gaande te houden. De basis daarvoor is gelegd door het trainen van een aantal gespreksleidsters. Daardoor is de mogelijkheid ontstaan dat zelforganisaties en groepen mensen gesprekken kunnen voeren onder professionele leiding.

Gewoon doen, zouden we zeggen. Het loont zeker de moeite.  

 

Slotbijeenkomst “Generaties in dialoog”

 

Op 17 mei jl. werd in De Harmonie in Tilburg de slotbijeenkomst gehouden van het project Generaties in dialoog waarbij PSOB en BOOG, met steun van Palet de stuwende kracht vormden. Het project zelf is ontwikkeld door Fos’ten een landelijke organisatie voor Surinaamse 50+ vrouwen. De provincie Noord-Brabant zorgde voor de financiële ondersteuning, waardoor het project uitgevoerd kon worden.

 

Wat houdt het project in?

Welke verwachtingen hebben de ouderen van de kinderen als het gaat om zorg en ondersteuning, zowel financieel als emotioneel. Er zijn verschillen in verwachtingen van vroeger en nu. De huidige ouderen zeggen: “De verwachtingen en behoeften van onze eigen ouders werden toen geformuleerd en ingevuld in een andere tijd en in een andere omgeving. Het waarmaken van onze verwachtingen kan mogelijk zwaar op de schouders van onze kinderen drukken. Dit kan haaks staan op de wijze waarop zij in de huidige Nederlandse samenleving functioneren en hun leven vormgeven.” Dit was

 

Gespreksleider aan het woord: Gülsum Atici

Ik heb een goed gevoel overgehouden aan de cursus en aan het project. Bij ons gespreksthema discriminatie, werd duidelijk dat de derde generatie nog meer met discriminatie te maken heeft dan wij, de eerste generatie. Wij ouderen denken steeds dat wij door gebrek aan kennis van de taal en de Nederlandse cultuur gediscrimineerd worden, maar de jongeren merken het nog sterker. Dat was niet prettig om te horen maar het geeft wel meer begrip voor elkaar.

Ik vind de methode heel goed. Sommige mensen kunnen zich moeilijk uiten en willen de problemen niet openlijk bespreken. Zo ontstaan misverstanden en groeien generaties uit elkaar. Het is belangrijk dat bepaalde zaken openbaar worden. Deze zaken over discriminatie bijvoorbeeld waren niet boven tafel gekomen als we dit project niet hadden gehad.

Iedereen leert ervan en het brengt de generaties dichter bij elkaar. Op grond van die ervaringen wil ik graag doorgaan. De derde generatie heeft zelf om een vervolg gevraagd! Ze vinden het vooral goed om met de moeders en de grootmoeders verder te gaan. Door deze methode zou eigenlijk elk onderwerp bespreekbaar gemaakt kunnen worden.

 

één van de thema’s die besproken zijn in de gesprekken van Generaties in dialoog, vertelde Christine Harreveldt, voorzitter van Fos’ten.

In een bijeenkomst in 1999 tijdens de 50+ beurs in Utrecht kwamen de verwachtingen over verzorging van ouders aan de orde en gaf Fos’ten het startsein tot het organiseren van “intergenerationele dialogen” met het doel om door dialoog meer begrip te kweken over de eerste generatie vrouwen (grootmoeders). De bedoeling was om de vrouwen zichzelf te laten ontdekken en een plaats te geven in de Nederlandse samenleving. Ook Antilliaanse en Arubaanse vrouwen werkten mee.

Op drie locaties in Nederland gingen pilot-groepen van start om de “intergenerationele dialogen”gestalte te geven. Het woord “intergenerationele dialogen”leidde tot tongbrekende situaties en het project werd al gauw omgedoopt tot “trialoog”. De belangstelling was groot. Als eerste thema werd gekozen voor “opvoeding” en normen en waarden omdat juist bij dit onderwerp de verwachting en de werkelijkheid soms totaal anders kunnen zijn. Er werd vergeleken hoe op verschillende manieren opgevoed was en wordt. Welke als waardevol ervaren elementen van de opvoeding werden en worden doorgegeven. Hoe omschrijven de dochters de opvoering en wat weet de derde generatie van de opvoedingscultuur van de grootouders en de ouders?

Nederlandse opvoeding wordt als vrij ervaren, maar wat nemen de dochters over bij de opvoeding van hun tieners? De

 

 

kinderen leven in twee culturen en kunnen leren van de ervaringen van hun ouders en daardoor een steun in de

rug ervaren. Door het betrekken van de generaties komt er meer diepgang in de gesprekken.

Heeft dit thema met oud worden te maken? Jazeker, als ouderen en jongeren meer begrip voor elkaar krijgen zal de oudere generatie niet zo snel in een isolement terecht komen.

Brabants project

Op basis van de ervaringen van Fos’ten werd een projectaanvraag ingediend bij de provincie Noord-Brabant. Het doel was de methode die door Fos’ten ontwikkeld was, te gebruiken in Brabant en aan te passen aan andere doelgroepen. Ook zouden er gespreksleiders moeten komen. De provincie Noord-Brabant en Palet zorgden voor (financiële) ondersteuning.

136 Mensen hebben meegedaan aan de gesprekken in Brabant. Fos’ten heeft naast de uitvoering ook de ontwikkeling begeleid.

Gespreksleiders

Vanaf het begin van het project was duidelijk dat het niet bij deze ronde gesprekken kon blijven. De methode was te goed om niet verder uitgebreid te worden. Daarom werden mensen geworven als gespreksleiders, trainer Een aantal

gespreksleiders heeft inmiddels de training met goed gevolg doorlopen. In een interview tijdens de bijeenkomst liet Christine Harreveldt ze vertelden over het hoe en waarom:

De gespreksleidsters hebben allemaal op de één of andere manier behoefte gevoeld aan een methode als “Generaties in Dialoog” Het is een prachtig idee omdat je ziet dat er vaak verwijdering ontstaat tussen de drie generaties. Het is goed om ze op deze manier weer nader tot elkaar te brengen. Het meedoen aan het project is voor alle deelnemers een goede ervaring geweest.

Daarnaast hebben de trainsters een opleiding gekregen om de methode te gebruiken in andere groepen. Ook over de training waren ze enthousiast. Ze leerden er luisteren, het stellen van open vragen en het op een nette manier stoppen van mensen die niet op kunnen houden met praten.

Dat zijn gesprekstechniekmethodes waar alle trainsters veel aan hebben gehad. Je moet geen gesloten vragen stellen maar gericht naar zaken, gevoelens en meningen vragen.

Bij de Antilliaanse groep heeft men het thema huiselijk geweld gekozen. Geen gemakkelijk onderwerp. Bij Antillianen rust er een taboe op. De trainster dacht dat vooral de ouderen niet zouden willen praten, maar toen ze eenmaal begonnen hielden ze niet op. Ze vertelden gaandeweg steeds meer van wat hen al jaren dwars heeft gezeten. Het was heel emotioneel, maar goed.

Over het algemeen wordt gedacht dat Marokkanen zich niet makkelijk organiseren, maar door het BOOG project in Eindhoven onder leiding van Malika Saber, is de stichting voor Marokkaanse senioren ontstaan. Via deze groep zijn in Eindhoven generaties geworven om mee te doen aan de dialoog. De Marokkaanse trainsters heeft het al heel bijzonder ervaren. “De generaties werkten goed samen en bij de gesprekken van de 2e en 3e generaties waren ook vrouwen. De groepsleden waren kritisch naar elkaar toe. Het ging om het thema Mantelzorg en de mannen van de 2e generatie wilden koste wat kost voor hun ouders zorgen. De vrouwen vroegen: “Wie gaat dat doen? Jullie vast niet”, maar de mannen hielden aan het principe vast. Sommigen wilden het als eis stellen bij een aanstaand huwelijk.

De trainster was bang dat de vrouwen bij het volgende gesprek niet meer zouden verschijnen, maar ze waren er wel. Het was geweldig dat de mensen op deze manier met elkaar in discussie gingen.

Het was frappant dat de 1e generatie zei dat men geen zorg van de kinderen wilde hebben. Ook de derde generatie was heel eerlijk en zei tegen de grootouders dat ze hier niet participeren.

“Het gesprek van vooral de eerste generaties was vaak heel emotioneel. Het is moeilijk om je neer te leggen bij dingen waar je niet achter staat. Zo willen ze het liefst in het land van herkomst worden begraven maar dat kan niet.”

Het zou heel goed zijn hier een vervolg aan te geven. Er zijn veel emoties die al jaren worden onderdrukt.

Vragen

Er werd vanuit de zaal gevraagd naar concrete plannen voor een vervolg. Zowel de PSOB als BOOG willen zich hier sterk voor maken. Er zijn genoeg thema’s te bespreken zoals de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning) Dat is een hot item, waar zoveel haken en ogen aan zitten, dat het nodig is om daar aandacht aan te besteden. Het gaat ook om solidariteit en om sterker te worden zodat je je staande kunt houden.

De gesprekken in Waalwijk hebben al een vervolg gekregen. Omdat er diep op het thema huiselijk geweld is ingegaan, wilden de deelneemsters zelf op onderzoek uit gaan. Dat heeft geleid tot bezoeken aan tienermoeders in Huize De Bocht. Deze vrouwen komen vaak in een isolement terecht als ze zelfstandig gaan wonen. Bekeken wordt of er iets aan gedaan kan worden door het aanbieden van “maatjes” of “omaschap”.

Knelpunten

Uiteraard zijn er zaken die beter kunnen. Zo moet vooral meer aandacht aan het werven van jongeren besteed worden. Bij alle bijeenkomsten vormde hun deelname een zwakke schakel. Ze

 

Trainers aan het woord: Lygia Pinas

Voor mij persoonlijk was dit project heel speciaal en belangrijk omdat ook mijn dochter en kleindochter meededen. Ik kon dus zelf ondervinden wat deze methode met je doet. Ik kon uitleggen en overbrengen waarom ik bepaalde zaken zo zag en hoe ik het op mijn manier aanpak vanuit mijn ervaring en achtergrond. Daardoor zijn wij dichter bij elkaar gekomen.

Dat is ook de reden waarom ik er zo graag mee verder wil. Ik kan er anderen mee helpen op een heel prettige manier.

 

hebben heel weinig tijd. Toch is het heel belangrijk dat ze erbij betrokken worden. Misschien moet een andere vorm worden bedacht.

Ook is er een verschil van aanpak en reactie in de verschillende etnische groepen. Een Surinaamse mevrouw is verwonderd over wat ze hoort van de Marokkaanse groepen. Bij Surinamers gaat het heel anders.

Integratie

Iemand uit de zaal merkte op dat de buitenlanders toch wel eens uit-geïntegreerd zullen zijn? Hoe lang zijn zulke projecten nog nodig?

De reacties waren heftig. Gedeputeerde Essed, die aanwezig was om de eindproducten in ontvangst te nemen verwoordde het zo: “Integreren doe je als je je goed voelt in de samenleving”. In de gesprekken worden de ouderen vaak geconfronteerd met de feiten. Je kunt niet meer terug. Daarbij moet geaccepteerd worden dat men zelf werk moet maken van het integreren. Deze mening wordt bevestigd door de trainsters en mensen die met het project hebben meegedaan.

De trainsters vonden zelf het samengaan van diverse nationaliteiten in de cursus voor de trainers heel positief. Een gemengde groep geeft meerwaarde.”We zullen het in dit land samen moeten doen en ons niet te veel laten leiden door vooroordelen.”

Eindproducten

Aan het eind van de bijeenkomst werden het methodiekboek en het verslag van het project aangeboden aan mr. A. M. Essed, gedeputeerde Bestuur en Middelen van de provincie Noord-Brabant, die zijn zieke collega verving. Ook hij benadrukte het belang van deze methode. “Er zijn steeds meer groepen migranten gekomen, verschillend in aantal en diversiteit”, stelde hij. Een groot deel van de samenleving ziet dat als een last. De één kan er beter mee omgaan dan de ander. Het is ook vaak aan generaties gebonden. De individualisering heeft in de Nederlandse samenleving toegeslagen terwijl de migranten meer in groeps- en familieverbanden bleven denken.

136 Deelnemers is een geweldig succes. Als dit project een olievlekwerking krijgt, dan krijgt de provincie heel veel waar voor haar geld. “Als wij het over integratie hebben dan bedoelen we dat de diverse groepen in de Nederlandse samenleving elkaar gevonden hebben. We kunnen veel van elkaar leren.” zei de heer Essed.

Eén kritische opmerking wilde hij toch wel maken: De emancipatie is toch wel doorgeschoten in dit project. Waarom zijn alleen vrouwen tot trainer opgeleid. “Er had toch wel een man bij kunnen zitten?” vroeg de heer Essed zich af.

 

Trainers aan het woord: Etmé Oostwoud

Het was prettig dat binnen de groep van gespreksleiders zoveel diversiteit was. Dat merkte je duidelijk tijdens de training, die diverse culturele achtergronden. Dat gaf er meerwaarde aan doordat je van elkaar leerde hoe je zaken aanpakt en hoe je er

tegenaan kijkt. De vele deskundigheden die werden aangereikt om

een gesprek goed te kunnen leiden. Door mijn achtergrond in het onderwijs had ik natuurlijk wel ervaring, maar dan met homogene groepen. Nu werd het meer toegespitst op de drie generaties.

Ik wil heel graag doorgaan met “Generaties in dialoog”als gespreksleider omdat er nog zoveel thema’s zijn die nog ter sprake kunnen komen en behandeld moeten worden. Het thema diversiteit is zo groot dat je gewoon niet kunt stoppen. Er moet follow-up komen.

Waarom specifiek met dit project?

Ik ben als zelfstandig adviseur binnen de PSOB en heb grote affiniteit met ouderen. Dit project is een unieke gelegenheid om ook de 2e en 3e generatie erbij te betrekken. Zo’n kans mag je niet laten lopen. Je ziet dat de generaties door deze gesprekken dichter bij elkaar komen over en weer. Er ontstaat veel begrip, meer binding en solidariteit. Ze zien hoe ze elkaar over en weer kunnen versterken.

 

Wilt u meer weten over de methode. Wilt u zelf met of in uw groep of organisatie de methode gebruiken om generaties dichter bij elkaar te brengen?

Nadere informatie over de uitvoer kan worden opgevraagd bij stichting FOS’TEN, Postbus 1033, 2303 BA Leiden, telefoon 071-5790266, e-mail info@fosten.eu.

Voor de financiering kunt u in veel gevallen terecht bij de plaatselijke welzijnsinstellingen, buurtwinkels en woningbouwcorporaties, etc.

(De Regenboog, juni 2008)

 

 

 

wp62e95d93.png
wpc9535888.png
wp3f577681.png
wpde5026b3.png
wp9740a633.png
wp0f1f790d.png
wp0039162b.png
wp0385426d.png