

Regenboog
“Op een aantal fronten is Cuijk de grote steden vóór”
In Cuijk werken welzijnswerk en ouderenorganisatie al meer dan 20 jaar voor en met allochtone ouderen. Het werk hier is heel anders door de kleine aantallen ouderen, dan het werk voor specifieke groepen in de grotere steden. Het was dus meer dan tijd om een gesprek te hebben met Conny van der Aalsvoort en haar collega ouderenwerker Karin Werts (respectievelijk sinds 2005 en 2004 werkzaam voor de Stichting Welzijn Ouderen Cuijk). Twee van de vrijwilligers die zich, samen met hen, inzetten voor de allochtone ouderen waren bij het gesprek aanwezig: de heer Nurican Aluc van Turkse afkomst en de Molukse mevrouw A. Otler.
Verleden
Hoe is het begonnen? Mevrouw Otler kan zich precies herinneren wanneer ze naar Nederland is gekomen, waar ze allemaal heeft gewoond. Ze woont al 57 jaar hier, meldt ze trots. De Molukse gemeenschap heeft in Cuijk gewoond vanaf 1961.
De heer Aluc vertelt dat hij hier is sinds 1963 en is in 1971 in Cuijk is komen wonen.
De Turkse gemeenschap in Cuijk heeft het 40 jarig bestaan gevierd met een groots feest in de Schouwburg, met films foto’s, verhalen en heerlijke hapjes. De Molukse gemeenschap heeft enkele jaren ervoor haar 50 jarig jubileum met zo’n feest gevierd.
De SWOC bestaat ongeveer 20 jaar. Oorspronkelijk was de noodzaak om iets voor allochtone ouderen te doen nog niet zo groot. De allochtonen waren nog niet zo oud. Als basis voor activiteiten voor allochtone ouderen is twaalf jaar geleden begonnen met huisbezoeken en individuele gesprekken met hen om te inventariseren waar ze behoefte aan hadden. Dat was voor de tijd van Conny en Karin, maar ze konden wel op de al ingeslagen weg voortgaan. Conny is trots op het werk van de SWOC: “Bij bijeenkomsten merken we dat we op een aantal fronten verder zijn dan de grote steden.”
Uit de nota: Integraal ouderenbeleid: “De Marokkaanse ouderen aan zet!”:
Het is belangrijk niet uit te gaan van veronderstellingen, maar mogelijke activiteiten
eerst voor te leggen aan leden van de doelgroep. Vanwege de informatie-
Echt begonnen is het door een Molukse minderhedenwerker, Servaas Maturbongs. Hij stimuleerde de SWOC om ook naar de allochtone ouderen te kijken. Doordat hij van Molukse afkomst was, had hij een goede toegang tot de Molukse ouderen. Mevrouw Otler vertelt hoe er gestart werd met een gymclub in het kader van Meer Bewegen voor Ouderen. Er werden voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd en kwam er een soosmiddag. “De gymgroep is in de loop van de jaren heel gemengd geworden, tot plezier van iedereen”, constateert ze. Door het contact kwamen de ouderen er achter wat er allemaal mogelijk was bij de SWOC en bij de gemeente. “We leerden dat we soms recht hadden op een uitkering en op hulp. Voor die tijd had niemand ons dat verteld.” zegt mevrouw Otler. Een voordeel van het werken met Molukse ouderen is dat men de Nederlandse taal redelijk spreekt en verstaat. Daardoor is het makkelijker om ook reguliere diensten van de SWOC voor deze groep in te zetten, zoals de Telefooncirkel. (In een telefooncirkel belt een groep mensen elkaar iedere dag op om te controleren of het goed gaat. Daardoor wordt de eenzaamheid doorbroken en kan men elkaar in de gaten houden en zo nodig alarm slaan als iemand plotseling niet bereikbaar is.)
Kort daarna kwamen de Turkse ouderen in beeld. Ook met een gymgroep, voor Turkse
vrouwen. En ook voor hen werden vervolgens soos-
Conny vult aan dat een belangrijke reden dat het ouderenwerk voor allochtone ouderen in Cuijk zo snel van de grond kwam, de korte lijnen zijn. In zo’n kleine gemeenschap kent iedereen elkaar en kun je snel tot afspraken komen. Ook stimuleren de mensen elkaar om te komen naar de activiteiten.
Wij zijn met zo weinig en we zijn aan elkaar gewend geraakt. Natuurlijk moet er rekening gehouden worden met ieder’s cultuur en religie. Maar met een beetje respect voor elkaar en goede wil kom je een heel eind. Bovendien voor een aparte groep heb je veel meer mensen nodig dan wij hier bij elkaar kunnen krijgen. Nee, laten we maar gezellig bij elkaar blijven, is de gedachte.
De andere allochtone ouderen maken minder gebruik van de diensten van de SWOC. Het is moeilijker om groepsactiviteiten te organiseren als het aantal te klein is, zoals bijvoorbeeld Spaanse ouderen. Of ze zijn te verdeeld, zoals bij de ouderen uit voormalig Joegoslavië.
Op de vraag wat voor organisatie de SWOC is, antwoorden Conny en Karin dat er door iedereen professioneel wordt gewerkt, ook door de meer dan 300 vrijwilligers. Er werken vier beroepskrachten van de algemene welzijnsorganisatie, Radius, voor de SWOC, maar ze voelen zich net zo betrokken bij de organisatie als de vrijwilligers. Ook het bestuur van SWOC bestaat uit vrijwilligers. In het bestuur hebben (nog) geen allochtone ouderen zitting. Het bestuur is al een paar jaar voltallig. “Maar als er een plaats openvalt dan proberen we daar een allochtone oudere voor te zoeken”, zeggen Conny en Karin.
Meer toekomstplannen?
Zeker, ook op gebied van wonen en zorg. In de plannen staat een verwijzing naar een Wozoco in de Valuwe. Een geheimzinnige zin voor een buitenstaander. Het blijkt een plan voor een Woon zorg complex te zijn in de te revitaliseren wijk de Valuwe.
Mevrouw Otler valt direct bij dat het al veel te lang duurt voordat er iets gebeurt. “Ja”, zeggen Conny en Karin, “we zijn al tien jaar bezig om met ouderen van verschillende achtergrond uit deze wijk om de wensen en behoeften te inventariseren in een werkgroep en te kijken waar het Wozoco aan zou moeten voldoen om aan de verschillende culturen en religies te voldoen en het voor iedereen toegankelijk te maken. We willen graag dat de mensen uit die buurt daar kunnen blijven wonen als ze ouder worden.”
De mensen zelf willen dat ook. “We wonen al gemengd”, zeggen de vrijwilligers.”Waarom zouden we als we ouder worden ons terugtrekken in de eigen groep?” Op een opmerking dat in de grote steden de tendens is, dat juist de ouderen bij elkaar willen wonen om samen hun eigen taal te spreken en hun jeugdherinneringen op te halen, wordt met herkenning gereageerd. “Maar wij zijn met zo weinig en we zijn aan elkaar gewend geraakt.”
Natuurlijk moet er rekening gehouden worden met ieder’s cultuur en religie. Maar met een beetje respect voor elkaar en goede wil kom je een heel eind. Bovendien voor een aparte groep heb je veel meer mensen nodig dan wij hier bij elkaar kunnen krijgen. Nee, laten we maar gezellig bij elkaar blijven, is de gedachte.
En ook al woon je gemengd, je kunt je eigen activiteiten organiseren. Er zijn nu toch ook speciale ontmoetingsactiviteiten voor de Molukkers, de Turken en de Marokkanen?
Bij voorlichtingsactiviteiten wordt gebruik gemaakt van tolken.
Er zou een gezamenlijke ontmoetingsruimte moeten komen in de Wozoco waar mensen zowel gemengd als per groep kunnen samenkomen. Als je familie overkomt, dan kun je daar ook familiefeesten organiseren, want natuurlijk zijn de woningen in het complex daar te klein voor.
Uit de nota: Integraal ouderenbeleid: “De Marokkaanse ouderen aan zet!”:
Binnen de Marokkaanse gemeenschap in Cuijk bestaan verschillende groepen. Dit hoeft niet voor elke gemeenschap in het land te gelden. In Cuijk zijn verschillende door herkomst en taal en vooral de mannen hebben gewoonlijk vooral contact met leden van de eigen familie. Het woord gemeenschap moeten we dan ook niet al te letterlijk nemen. Iedere (groot)familie staat op zichzelf en men wil liever niet voor een ander beslissen of denken. Sleutelfiguren spreken dan ook vooral voor zichzelf of voor een kleine familiekring, ze vertolken nooit een algemene mening
Er zijn al diverse adviezen uitgebracht aan de woningbouwcorporatie en de zorginstelling die het project willen realiseren. De mensen zijn terecht een beetje teleurgesteld dat het allemaal zo lang moet duren voordat er een speciaal huis komt waar ze op hun oude dag kunnen wonen. Het is lange tijd stil geweest.
Sinds enkele jaren is er extra aandacht besteed aan de Marokkaanse ouderen. In een uitgebreid en duidelijk rapport: Integraal ouderenbeleid “De Marokkaanse ouderen aan zet” wordt hier op ingegaan.
In praktijk wordt bij de activiteiten niet zo streng gekeken naar leeftijd als bij autochtone ouderen. Een dochter die haar moeder meeneemt is ook belangrijk, want anders wordt de moeder niet bereikt. Ook zijn veel kinderen bij de mantelzorg van ouderen betrokken en voor hen zijn diverse punten net zo belangrijk. Heel belangrijk is ook het vertrouwen dat opgebouwd moet worden. De ouderen moeten vertrouwen krijgen in de medewerkers van de SWOC, zodat ze open staan voor de voorlichting en hun problemen kwijt kunnen.
Conny vertelt dat de heer Aluc geen moslim is. Daardoor kunnen er Turkse ouderen zijn die zeggen dat hij hun gesprekspunten niet kan aankaarten. Hoewel dat in de praktijk wel meevalt. Zo is het nog sterker met Marokkaanse ouderen. Er zijn veel families en groepen en er kunnen niet één of twee vertegenwoordigers worden aangewezen die voor de hele gemeenschap spreken. Als mensen zitting nemen in bijvoorbeeld een werkgroep voor de Wozoco, dan wordt zo iemand daarop aangesproken: “Wat weet je van ons. Hoe kun je voor ons spreken?” Het is dus bijzonder moeilijk om vanuit de Marokkaanse groep sleutelfiguren of vertegenwoordigers te krijgen. Je kunt niet uitgaan van de mening van sleutelfiguren en dan zeggen dat je weet wat de gemeenschap wil. Bij de Turkse gemeenschap ligt dat makkelijker. De Turkse moskee is ook meer een ontmoetingsplek voor de hele gemeenschap. Er is een eigen centrum naast de moskee gekomen waar ook de Turkse vrouwen een eigen ruimte hebben.
Uit het beleidsplan: Allochtone ouderen, interculturalisatie en de SWOC
“Beleid allochtone ouderen 2006 – 2010”:
Uit de literatuur en ervaring blijkt dat bij allochtone ouderen rekening dient te worden gehouden met de volgende algemene kenmerken:
Ø Ouderdomsklachten treden bij allochtone ouderen vaak al veel eerder op dan bij
autochtonen. Door hun sociaal-
Ø Allochtone ouderen nemen niet of nauwelijks deel aan algemene voorzieningen voor ouderen.
Ø Allochtone ouderen hebben veelal een laag inkomen vanwege een beperkte AOW opbouw en pensioenvoorziening. Dit maakt deze groep extra kwetsbaar en kan ook consequenties hebben voor hun deelname aan activiteiten en het afnemen van zorggerelateerde diensten.
o Taal/communicatie vormt een probleem. Veel allochtone ouderen hebben weinig (taal)onderwijs genoten. Noch hier noch in het herkomstland. Voor de communicatie met de diverse instellingen zijn ze afhankelijk van hun kinderen en andere tolken.
Ten gevolgde van bovenstaande kenmerken raken allochtone ouderen, met name vrouwen, sneller in een isolement. Weliswaar is de zorg door familieleden groot, maar ook doordat kinderen steeds vaker druk zijn met werk en het eigen gezin is het contact met en de participatie in de wereld buitenshuis meestal beperkt.
In Cuijk heeft men zich voor advies en voorbeelden eerder georiënteerd op plaatsen in de buurt als Nijmegen en Oss, omdat Eindhoven en Tilburg relatief ver weg zijn.
Op de vraag waarom er nog geen zelforganisaties voor allochtone ouderen zijn, wordt een beetje gelachen. Hoe krijg je een organisatie van de grond met zo weinig ouderen? Over zo’n 10 tot 20 jaar zal dat misschien komen, maar voorlopig moet de SWOC nog het voortouw nemen. De SWOC werkt sterk samen met de mensen en voorlopig gaat dat nog uitstekend. Er is ook contact met de zelforganisaties. De jongeren worden vanzelf ouder en dan zal er een goed kader zijn gevormd. Ook worden de jongeren intensief betrokken bij de voorlichtingsbijeenkomsten. Hoe meer de jongeren weten, hoe meer er doorverteld kan worden aan de ouderen. Er wordt ook samengewerkt bij activiteiten van bijvoorbeeld de KBO. Op die manier groeien de mensen in het bestaande patroon en kunnen ze zich in de toekomst alleen redden.
Als u meer wilt weten van de Cuijkse aanpak dan kunt u via de website www.swocuijk.nl contact opnemen met de SWOC en informatie inwinnen.
(De Regenboog, december 2008)